De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:
a.indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn
verstrekt;
b.indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten
opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking
of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter
bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;
c.indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en
beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
d.indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt
binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een
gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of
e.indien de houder dit verzoekt.
Hoofdstuk 1
Artikel 1:6
Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2014