1.De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op
of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve
van het verkeer, de veiligheid of de openbare verlichting worden
aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
2.Het college maakt van tevoren aan de rechthebbende als bedoeld in
het eerste lid zijn besluit bekend over te gaan tot het doen
aanbrengen of wijzigen van een voorwerp, bord of voorziening als
bedoeld in het eerste lid.
3.Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de
Belemmeringenwet Privaatrecht.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 6
Artikel 2:21
Voorzieningen voor verkeer, veiligheid en verlichting
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2014