Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 1

Artikel 4.3

Melding incidentele festiviteiten

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2014.

1. Het is een inrichting toegestaan op maximaal acht dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal acht dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 3. In plaats van het bepaalde in het eerste en tweede lid, is het op het terrein van het Recreatiecentrum de Maarsseveense Plassen toegestaan maximaal twaalf incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden. 4. Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding. 5. De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats die op dat formulier staat vermeld. 6. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 7. Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT en het maximale geluidsniveau LAmax veroorzaakt door de inrichting mag 20 dB(A) hoger zijn dan de reguliere geluidsnorm die op de inrichting van toepassing is conform de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor de beoordeling van de geluidsniveaus geldt de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, 1999. 8.Burgemeester en wethouders kunnen geluidsnormen stellen die afwijken van de in lid 7 genoemde waarden. 9.Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van een hoger geluidsniveau zoals genoemd in het zevende lid of het achtste lid, uiterlijk om 24.00 uur beëindigd in de nacht van zondag op maandag, van maandag op dinsdag, van dinsdag op woensdag, van woensdag op donderdag of van donderdag op vrijdag en om 01.00 uur in de nacht van vrijdag op zaterdag of van zaterdag op zondag. 10.Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel