1.Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onder f, en vijfde lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer, bedragen de waarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr, LT op de gevel van gevoelige gebouwen niet meer dan 55 dB(A), 50 dB(A) en 40 dB(A) tussen respectievelijk 07.00-19.00 uur, 19.00-23.00 uur en 23.00-07.00 uur. De beoordeling vindt plaats aan de hand van de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, 1999. De bedrijfsduurcorrectie wordt op onversterkte muziek toegepast.
2.Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek zoals bedoeld in artikel 2.18 eerste lid, onder f, en vijfde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, bedragen de waarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr, LT in geluidsgevoelige ruimten niet meer dan 40 dB(A), 35 dB(A) en 25 dB(A) tussen respectievelijk 07.00-19.00 uur, 19.00-23.00 uur en 23.00-07.00 uur. De beoordeling vindt plaats aan de hand van de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, 1999. De bedrijfsduurcorrectie wordt op onversterkte muziek toegepast.
3.Burgemeester en wethouders kunnen geluidsnormen stellen die afwijken van de in lid 1 en 2 genoemde waarden.
4.De in lid 1 aangegeven waarden gelden ook bij geluidgevoelige terreinen op de grens van het terrein.
5.Het eerste lid en het tweede lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in artikel 4.2 en 4.3.
6. Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 1
Artikel 4.5
Onversterkte muziek
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2014.