Naar hoofdinhoud
1. Subsidie wordt verstrekt in de vorm van een achtergestelde lening of een garantie. 2. De looptijd van de subsidie bedraagt maximaal 10 jaar. 3. De subsidieontvanger lost de subsidie in de vorm van een achtergestelde lening af conform de betalingsvoorwaarden die zijn opgenomen in het besluit tot subsidieverlening. De subsidieontvanger start met de aflossing vijf jaar na dagtekening van genoemd besluit. 4. Gedeputeerde Staten kunnen besluiten de subsidie in te trekken en terugbetaling van de subsidie direct op te eisen, inclusief de verschuldigde rente als bepaald in artikel 8, als blijkt dat: de subsidieontvanger zich niet heeft gehouden aan de verplichtingen, genoemd in artikel 8; het risicokapitaal van de subsidieontvanger geheel of gedeeltelijk op een andere naam komt te staan dan op het moment van de subsidieverlening, de subsidieontvanger de onderzoeks- en economische activiteiten geheel of grotendeels niet meer binnen de provincie Utrecht uitvoert. 5. Bij de subsidie in de vorm van een garantie gelden de volgende opschortende voorwaarden voor betaling: de subsidieontvanger de betaling van de subsidie heeft verpand op grond van artikel 3:236 BW jo. 3:94 BW als zekerstelling van de leningovereenkomst met de leninggever. Er is voldaan aan deze voorwaarde als de akte van verpanding en de mededeling zoals vereist in artikel 3:94 BW door de provincie zijn ontvangen en aan de subsidieontvanger binnen een periode van 10 jaar na dagtekening van de akte van verpanding een surseance van betaling is verleend of de subsidieontvanger is in staat van faillissement verklaard. 6. De subsidie in de vorm van een garantie loopt lineair af in een periode van 10 jaar na dagtekening van de akte van verpanding. Gedeputeerde Staten kunnen nadere voorwaarden verbinden aan de garantstelling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel