De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap
verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 3
(inwonertal 14.001 tot en met 24.000), vermeld in tabel II van
het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding
ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de
loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als
dienstbetrekking wordt aangemerkt, wordt artikel 16 sub b van
het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden
toegepast.
Hoofdstuk II
Artikel 5
Onkostenvergoeding
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2014