Onverminderd het bepaalde in artikel 10:3 van de Awb heeft het in artikel 1 genoemd mandaat geen betrekking op:
besluiten die leiden tot de vaststelling of wijziging van gemeentelijk beleid;
besluiten tot het vaststellen van beleidsregels als bedoeld in artikel 1:3, vierde lid, van de Awb;
besluiten op een bezwaarschrift, tenzij
het advies van de commissie bezwaarschriften wordt gevolgd en het primaire besluit niet is genomen door het college, of
de wettelijke beslistermijn is verstreken en een ingebrekestelling als bedoeld in artikel 4:17, derde lid, van de Awb is ingediend (dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen);
besluiten tot het aangaan van convenanten of overeenkomsten;
besluiten tot het vaststellen van subsidieplafonds;
besluiten tot het geheel of gedeeltelijk weigeren van een subsidie;
besluiten naar aanleiding van een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Awb, tenzij de wettelijke afdoeningstermijn dreigt te verstrijken en de afhandeling niet verder kan worden verdaagd.