**1..** Voor de berekening van subsidie voor muziekverenigingen gelden de volgende grondslagen:
een basisbedrag van € 3.000,--.
Indien een drumband onderdeel uitmaakt van de muziekvereniging wordt het basisbedrag verhoogd met € 500,--.
een bijdrage van 20% in de door de leden opgebrachte middelen. Deze bijdrage kan maximaal € 3.000,-- bedragen.
**2..** Voor de berekening van subsidie voor drumbands gelden de volgende grondslagen;
een basisbedrag van € 500,--.
een bijdrage van 20% in de door de leden opgebrachte middelen. Deze bijdrage kan maximaal € 500,-- bedragen.
**3..** Voor de berekening van subsidie voor mandolineverenigingen gelden de volgende grondslagen:
een basisbedrag van € 1.750,--;
een bijdrage van 20% in de door de leden opgebrachte middelen. Deze bijdrage kan maximaal € 1.750,-- bedragen.
**4..** Voor de berekening van subsidie voor zangverenigingen en volksdansverenigingen gelden de volgende grondslagen:
een basisbedrag van € 500,--;
een bijdrage van 20% in de door de leden opgebrachte middelen. Deze bijdrage kan maximaal € 500,-- bedragen.
**5..** Voor de berekening van subsidie voor overige amateurkunstverenigingen gelden de volgende grondslagen:
een basisbedrag van € 250,--;
een bijdrage van 20% in de door de leden opgebrachte middelen. Deze bijdrage kan maximaal € 250,-- bedragen.
**6..** Onder middelen, zoals vermeld in lid 1, 2, 3, 4, en 5 van dit artikel wordt verstaan, opgebrachte gelden door de vereniging en haar leden, met uitzondering van lesgelden voor het volgen van muziekonderwijs.
**7..** Indien niet voldaan wordt aan de voorwaarde in artikel 3 onder c van deze regeling vindt er een korting plaats. Deze korting bedraagt 10% van het totale subsidiebedrag per niet uitgevoerde activiteit, optreden of voorstelling.
Artikel 4.
Subsidiegrondslagen voor muziekkorpsen en drumbands
Onderdeel van Subsidieregeling amateurkunstbeoefening 2014