Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Subsidiegrondslagen voor muziekkorpsen en drumbands

Onderdeel van Subsidieregeling amateurkunstbeoefening 2014

1.. Voor de berekening van subsidie voor muziekverenigingen gelden de volgende grondslagen: een basisbedrag van € 3.000,--. Indien een drumband onderdeel uitmaakt van de muziekvereniging wordt het basisbedrag verhoogd met € 500,--. een bijdrage van 20% in de door de leden opgebrachte middelen. Deze bijdrage kan maximaal € 3.000,-- bedragen. 2.. Voor de berekening van subsidie voor drumbands gelden de volgende grondslagen; een basisbedrag van € 500,--. een bijdrage van 20% in de door de leden opgebrachte middelen. Deze bijdrage kan maximaal € 500,-- bedragen. 3.. Voor de berekening van subsidie voor mandolineverenigingen gelden de volgende grondslagen: een basisbedrag van € 1.750,--; een bijdrage van 20% in de door de leden opgebrachte middelen. Deze bijdrage kan maximaal € 1.750,-- bedragen. 4.. Voor de berekening van subsidie voor zangverenigingen en volksdansverenigingen gelden de volgende grondslagen: een basisbedrag van € 500,--; een bijdrage van 20% in de door de leden opgebrachte middelen. Deze bijdrage kan maximaal € 500,-- bedragen. 5.. Voor de berekening van subsidie voor overige amateurkunstverenigingen gelden de volgende grondslagen: een basisbedrag van € 250,--; een bijdrage van 20% in de door de leden opgebrachte middelen. Deze bijdrage kan maximaal € 250,-- bedragen. 6.. Onder middelen, zoals vermeld in lid 1, 2, 3, 4, en 5 van dit artikel wordt verstaan, opgebrachte gelden door de vereniging en haar leden, met uitzondering van lesgelden voor het volgen van muziekonderwijs. 7.. Indien niet voldaan wordt aan de voorwaarde in artikel 3 onder c van deze regeling vindt er een korting plaats. Deze korting bedraagt 10% van het totale subsidiebedrag per niet uitgevoerde activiteit, optreden of voorstelling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel