Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Artikel 1

Onderdeel van Verordening Starterslening 2014

In deze verordening wordt verstaan onder: SVn: stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten; Gemeenterekening Starterslening: de rekening die de gemeente bij SVn aanhoudt en waaruit op grond van de deelnemingsovereenkomst met SVn, Startersleningen kunnen worden toegekend en waarin, voor wat betreft het gemeentelijk leningdeel, rente en aflossing over deze leningen worden teruggestort; Starterslening uit Fonds A: een lening verstrekt door SVn aan een starter waarbij de hoofdsom van de lening voor minimaal 25% afkomstig is uit de Gemeenterekening Starterslening, terwijl het resterende deel van de Starterslening verstrekt wordt door SVn (50% door BZK en, indien budget beschikbaar, 25% Provincie Utrecht); Starterslening uit Fonds B: een lening verstrekt door SVn aan een starter waarbij de hoofdsom van de lening voor 50% wordt gefinancierd door ministerie van BZK en voor de rest uit het Startersfonds van de provincie Utrecht. De lening wordt verstrekt onder de Voorwaarden Startersfonds Provincie Utrecht, genoemd in artikel 27 van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 1998 inzake de verstrekking van subsidies ten behoeve van startersleningen en in de Notitie Startersfonds provincie Utrecht 2009 (PS2009WMC01); Aanvrager: de starter, die voor de eerste maal een eigen woning koopt en op grond van deze verordening tot de doelgroep van de Starterslening behoort. Bij twee aanvragers ten aanzien van eenzelfde woning gelden deze gezamenlijk als aanvrager; NHG: Nationale Hypotheek Garantie; Koopsubsidie (Wet Bevordering Eigenwoningbezit, BEW+): een maandelijkse bijdrage in de hypotheeklasten die afhankelijk is van het inkomen van de gebruiker en de hoogte van de lening; Huishouden: de aanvrager dan wel de aanvrager en zijn niet duurzaam gescheiden levende echtgenoot of geregistreerd partner die een gezamenlijke huishouding zal dan wel zullen gaan voeren in de aan te kopen woning, niet zijnde kinderen of pleegkinderen; er kunnen niet meer dan twee personen tot het aldus gedefinieerde huishouden behoren. Maatschappelijke binding aan de provincie Utrecht: de binding van een persoon aan de provincie Utrecht, daarin gelegen dat die persoon een redelijk met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft zich in dit gebied te vestigen, met dien verstande dat een maatschappelijke binding in elk geval wordt aangenomen ten aanzien van: 1e. personen die ten minste drie jaar onafgebroken ingezetenen zijn in een of meer van de gemeenten in de provincie Utrecht dan wel gedurende de voorgaande tien jaren ten minste zes jaar onafgebroken ingezetenen zijn geweest van een of meer van de gemeenten in de provincie Utrecht, of 2e. personen die een dagopleiding volgen gedurende ten minste negentien uur per week aan een, in de provincie Utrecht, gevestigde en erkende instelling voor dagonderwijs.

Rechtspraak bij dit artikel