Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 10

Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel

Onderdeel van Besluit Wmo Voorst 2014

Vormen van een vervoersvoorziening Om te bereiken dat de belanghebbende in staat is zich lokaal te verplaatsen met een vervoermiddel, kunnen vervoersvoorzieningen worden geïndiceerd in natura of een pgb. Prioritering Bij een vervoersprobleem wordt eerst gekeken of een algemene voorziening een snelle, een- voudige en geschikte oplossing biedt voor het geconstateerde probleem. Biedt een algemene voorziening niet de geschikte oplossing, dan wordt beoordeeld of met collectief, c.q. openbaar vervoer, mits dit medisch gezien adequaat is, kan worden voorzien in het probleem. Bij de beoordeling van de geschiktheid van het openbaar vervoer worden de afstand tussen de woonruimte en de opstap- of uitstaphalte en de bestemming beoordeeld. Openbaar vervoer wordt tot een loopafstand van in beginsel 800 meter als bereikbaar aangemerkt. Heeft belanghebbende last van onbeheersbare incontinentie, van ernstige gedragsproblemen of spelen andere uitzonderlijke situaties, dan wordt collectief vervoer niet geschikt beschouwd. De belanghebbende die niet zelfstandig, al dan niet met hulpmiddelen en in een redelijk tempo 800 meter kan afleggen, of voor wie het onmogelijk is in het openbaar vervoer te komen, komt in aanmerking voor een vervoersvoorziening. De opheffing van een buslijn, waardoor een halte op grote(re) afstand komt te liggen, geeft als enkelvoudig feit geen grond een vervoersvoorziening te verstrekken. Beoordeeld wordt dan ondermeer of belanghebbende over de grotere afstand kan fietsen. Een vervoersvoorziening wordt toegekend voor vervoer op korte afstand of tot 100 meter, zeker als het gaat om sociaal vervoer, ook wel genoemd “vervoer in het kader van het leven van alledag in de directe woon- of leefomgeving". Een vervoersvoorziening kan ook bestaan uit een voorziening in natura of een pgb. Bijzondere doelen Recreatieve verplaatsingen en daarmee vergelijkbare doelen die deel uitmaken van het levenspatroon van alledag geven een grond voor de toekenning van een voorziening. Uitgesloten doelen Geen voorziening binnen de kaders van de Wmo wordt toegekend voor recreatie en ontspanning die niet tot het standaardlevenspatroon behoren; woon-werkverkeer, want het UWV kent daarvoor voorzieningen toe en ook de WSW biedt mogelijkheden; vrijwilligerswerk, want de Centrale Raad van Beroep gaat er van uit dat de organisatie, waarvoor het werk wordt verricht, betaalt; vervoer van en naar medische behandelaars, want de Regeling Zorgverzekering kent voorliggende voorzieningen. In de jurisprudentie komen spaarzame uitzonderingen voor bij een medische noodzaak en daardoor is een zorgvuldige afweging nodig; dagopvang of dagverzorging; ook hier spaarzame uitzonderingen als onder d; onderwijs, want er zijn voorliggende voorzieningen, zoals leerlingenvervoer op grond van de onderwijswetgeving en voorzieningen via het UWV, de voormalige Wet Rea-voorzieningen. AWBZ gerelateerde situaties Voor bewoners van AWBZ-instellingen geldt dat voor een aanzienlijk deel van hun bestemmingen in het kader van het leven van alle dag is voorzien. Begeleiding bij vervoer kan nodig zijn. Daarbij mag rekening worden gehouden met de agogische taak van het personeel. Bewoners van een AWBZ-instelling vallen voor regionaal vervoer en bij dreigende vereenzaming, c.q. sociaal isolement voor bovenregionaal tweewekelijks vervoer in principe onder dezelfde reguliere zorgplicht als andere inwoners van de gemeente. Beperkingen via maatwerk zijn mogelijk.

Rechtspraak bij dit artikel