Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4:1

Omvang van eigen bijdrage en eigen aandeel

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Peelgemeente Helmond 2014

De aanvrager aan wie een individuele voorziening in natura of in de vorm van een pgb is verleend, is een eigen bijdrage verschuldigd. De aanvrager aan wie een individuele voorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming is verleend, is een eigen aandeel verschuldigd. Voor een voorziening is géén eigen bijdrage of eigen aandeel verschuldigd indien het een vergoeding enkel voor instandhoudingkosten, zoals onderhoud, keuring en reparatie, betreft. Het bepaalde in het eerste en tweede lid blijft buiten toepassing indien: de voorziening bestaat uit een rolstoel (waaronder ook een sportrolstoel is begrepen); de voorziening collectief vraagafhankelijk vervoer betreft; de voorziening bedoeld is voor een belanghebbende jonger dan 18 jaar. Zodra de jongere evenwel 18 jaar wordt, is hij vanaf dat moment, met uitzondering van de situaties genoemd onder sub a en b, een eigen bijdrage dan wel een eigen aandeel verschuldigd. Voor de hoogte en duur van de eigen bijdrage en het eigen aandeel wordt aangesloten bij de systematiek en de bedragen van het landelijk Besluit maatschappelijke ondersteuning. Hierbij gelden betreffende de termijn van inning van de eigen bijdrage of eigen aandeel de volgende uitzonderingen: negenendertig periodes van vier weken bij de verstrekking van een bouwkundige of woontechnische voorziening van een woning (zowel huurwoning als woning in eigendom); negenendertig periodes van vier weken bij de verstrekking van een roerende voorziening in eigendom; In de gevallen zoals niet genoemd onder sub a. en b. is de termijn van inning: 1° gelijk aan de gebruiksduur van een voorziening in natura; 2° gelijk aan de verstrekkingduur van een periodiek pgb; of 3° gelijk aan de looptijd die in de toekenningbeschikking van het pgb voor een voorziening is vermeld.

Rechtspraak bij dit artikel