Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6:3

Financiële tegemoetkoming en pgb woonvoorzieningen

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Peelgemeente Helmond 2014

1.. De financiële tegemoetkoming voor woningaanpassing wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte, of gerelateerd aan de werkelijke kosten tot een maximum van het bedrag zoals genoemd op de lijst die als bijlage is toegevoegd aan dit besluit. 2.. Alleen de kosten van de navolgende bouwkundige- of woontechnische woningaanpassing komen voor vergoeding, als bedoeld in het eerste lid, in aanmerking: de aanneemsom excl. BTW (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening. Indien de voorziening in zelfwerkzaamheid wordt getroffen, vervalt de post loonkosten en worden alleen de materiaalkosten vergoed; de risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991. Indien de voorziening in zelfwerkzaamheid wordt getroffen, vervalt de post loonkosten en worden alleen de materiaalkosten vergoed; het architectenhonorarium tot ten hoogste € 1.500,- excl. BTW. Alleen in die gevallen dat het noodzakelijk is dat een architect voor de woningaanpassing moet worden ingeschakeld worden deze kosten subsidiabel geacht. Het betreft dan veelal de ingrijpender woningaanpassingen; de kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien toezicht noodzakelijk is, tot een maximum van twee procent van de aanneemsom; de leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening; de door het college (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn; de kosten van noodzakelijk technisch onderzoek en voor advisering over de te treffen aanpassing; de verschuldigde en niet verrekenbare- of terugvorderbare omzetbelasting. 3.. a. De hoogte van een door het college te verlenen financiële tegemoetkoming voor woningsanering, te weten het vervangen van zachte door harde vloerbedekking of vervanging van stoffering, is gelijk aan de werkelijke kosten met een maximum van de bedragen zoals genoemd in Prijzengids Nibud. Bij de vaststelling van de tegemoetkoming wordt rekening gehouden met de gangbare afschrijvingstermijn zoals die geldt voor het betreffende product. 4.. De hoogte van een door het college te verlenen financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting is gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten, met een maximum van het bedrag genoemd in artikel 13 eerste lid onder a van de Wet op de Huurtoeslag. De maximale duur voor een financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting bedraagt zes maanden. 5.. De financiële tegemoetkoming voor verhuis- en inrichtingskosten bedraagt maximaal € 3.500,-. Indien de aanvrager aantoonbaar hogere kosten heeft dan € 3.500,-, worden de werkelijke hogere noodzakelijke kosten vergoed. 6.. Een woonvoorziening kan worden getroffen voor het bezoekbaar maken van één woning indien de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft in een AWBZ-instelling of in een woonvorm daarmee vergelijkbaar. De tegemoetkoming bedraagt maximaal € 5.000,-. Indien de aanvrager aantoonbaar hogere kosten heeft dan € 5.000,-, worden de werkelijke hogere noodzakelijke kosten vergoed.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel