Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Bevoegdheid college

Onderdeel van Verordening Starterslening gemeente Súdwest-Fryslân

1.. Het college is bevoegd, met inachtneming van het bepaalde in deze verordening, een Starterslening toe te kennen. 2.. Het college is bevoegd, met inachtneming van het bepaalde in deze verordening, artikel 2 lid 2 te wijzigen. De raad zal over wijzigingen geïnformeerd worden. 3.. Het college stelt de hoogte van de Starterslening vast, met dien verstande dat de hoogte van de Starterslening maximaal 20% bedraagt van de verwervingskosten met een maximum van € 25.000,=. De totale verwervingskosten kunnen niet meer bedragen dan het maximale bedrag volgens de, op het moment van offreren van de Starterslening, geldende actuele NHG normen. 4.. De Starterslening kan niet worden verstrekt indien Koopsubsidie BEW+ en/of een ander koopinstrument, (rente)kortings- of financiële regeling is toegekend. 5.. Het college wijst, zonodig op advies van SVn, een aanvraag Starterslening af, in geval er sprake is van stapeling met andere koopinstrumenten, (rente)kortings- of financiële regelingen, die strijdig zijn met de Starterslening en/of de belangen aantasten van aanvrager, NHG of eerste geldverstrekker. 6.. Zowel de eerste hypotheek als de Starterslening moeten worden verstrekt met NHG. 7.. Het college kan aan de toekenning van Startersleningen nadere voorschriften verbinden. 8.. Het college kan besluiten de toekenning van Startersleningen afhankelijk te stellen van bepaalde (deel)gebieden en/of woonwijken teneinde gemeentebreed een meer evenwichtige (door)stroming van grond- en/of woningverkopen te realiseren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel