**1..** Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het college de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
**2..** In afwijking van het eerste lid, dient bij gebruik van de weg, zoals bepaald in artikel 2.2 eerste lid, onder j of k van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, door het bevoegd gezag een omgevingsvergunning te worden verleend.
**3..** Bij het gebruik van de weg dient in ieder geval een vrije doorgang van 1 meter te worden gelaten op voetpaden en van 2,50 meter voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.
**4..** Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:
indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
In het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
**5..** Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.
HOOFDSTUK 2 › Afdeling 5
Artikel 2:10