Naar hoofdinhoud
1.. Uiterlijk 1 februarivan het jaar waarop het subsidie betrekking heeft, zullen de jaarlijkse subsidie bedragen (waarderingssubsidies en stimuleringssubsidies) betaalbaar gesteld worden, met uitzondering van de jaarlijks toe te kennen activiteitensubsidies. 2.. Activiteitensubsidies voor het betreffende subsidiejaar worden uiterlijk 1 maart volgend op het subsidiejaar betaalbaar gesteld; de subsidieaanvrager dient hiervoor uiterlijk 1 februari van het jaar volgend op het subsidiejaar een definitief overzicht met daadwerkelijk uitgevoerde activiteiten aan het college van B&W te overhandigen. 3.. Het college van B&W kan bepalen dat het subsidie in meerdere termijnen betaalbaar wordt gesteld. 4.. Het college van B&W kan voorschotten tot 100% van het subsidie betaalbaar stellen indien de liquiditeitspositie van de organisatie dit vereist. 5.. Teveel ontvangen voorschotten op subsidie kunnen door het college van B&W worden teruggevorderd, dan wel worden verrekend met het subsidie van het jaar volgend op het jaar, waarin het subsidie is vastgesteld. 6.. Indien tussentijds blijkt, dat het aan een instelling verleende subsidie niet toereikend is, kan overschrijding hiervan slechts plaatsvinden, indien daarvoor voorafgaande toestemming van het college van B&W is verkregen. Het college van B&W geeft daarbij de hoogte van het aanvullende subsidie aan.

Rechtspraak bij dit artikel