**1..** De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft.
**2..** De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning één ander zijn hoofdverblijf heeft.
**3..** Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft:
kinderen van 16 jaar of ouder doch jonger dan 21 jaar met een inkomen lager dan 50 procent van de gehuwdennorm;
kinderen van 18 jaar of ouder doch jonger dan 21 jaar die inwonen bij de voormalige alleenstaande ouder;
meerderjarige studerende kinderen die geen ander inkomen hebben dan studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000;
meerderjarige studerende kinderen die geen ander inkomen hebben dan een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;
verzorgingsbehoevenden en verzorgenden tussen wie een eerste- of tweedegraads bloed- of aanverwantschap bestaat;
asielzoekers met een verstrekking als bedoeld in artikel 3 van de Regeling toekenning bevoegdheid aan COA tot uitsluiting bepaalde categorieën asielzoekers van verstrekkingen Rva 1997.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 3
Toeslagen
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand gemeente Hellendoorn 2010