Lid 1
Het is de medewerker niet toegestaan gebruik te maken van goederen of voorzieningen van de BAR-organisatie voor privédoeleinden, tenzij daar expliciet toestemming voor is.
Lid 2
Medewerkers kunnen voor zakelijk gebruik dienstmiddelen, zoals een mobiele telefoon en laptop, in bruikleen ter beschikking krijgen.
Lid 3
Als het belang van de organisatie daarmee is gediend, kan de werkgever besluiten, dat medewerkers voor hun dienstreizen gebruik maken van een dienstauto of een ander voertuig, zoals een scooter of fiets. Het gebruik van deze voorziening wordt centraal geregistreerd. De werkgever kan bepalen dat in bijzondere individuele gevallen van de dienstauto of andere voertuig gebruik kan worden gemaakt voor woon-werkverkeer of voor de uitoefening van uit de functie voortvloeiende nevenfuncties.
Lid 4
Medewerkers laten tijdens werktijd geen diensten verrichten door personen voor privédoeleinden, tenzij de werkgever daar in bijzondere gevallen toestemming voor heeft verleend. Medewerkers verrichten op hun beurt geen diensten gedurende werktijd voor privédoeleinden van zichzelf of anderen.
Lid 5
Het meenemen van kantoorartikelen en andere 'verbruiksgoederen' wordt beschouwd als diefstal.
Lid 6
Voor medewerkers geldt dat de bestelling van materialen voor privédoeleinden via de BAR-organisatie niet is toegestaan.
Artikel 3
Persoonlijk gebruik van goederen of diensten
Onderdeel van GEDRAGSCODE MEDEWERKERS BAR-ORGANISATIE