**1..** Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt;
de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte een uitkering is verleend;
de gedraging een schending van de inlichtingenplicht betreft en sedert het tijdstip van de gedraging vijf jaren zijn verstreken;
het college dringende redenen aanwezig acht.
**2..** Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.
Hoofdstuk 1
Artikel 5
Afzien van het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ gemeente Best 2010