Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
Ongewenste omgangsvormen
Seksuele intimidatie, pesten, agressie en geweld en direct en indirect onderscheid:
Seksuele intimidatie: enige vorm van verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van een persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreëerd.
Pesten: alle vormen van intimiderend gedrag met een structureel karakter, van een of meerdere werknemers (collega’s, leidinggevenden) gericht tegen een werknemer of een groep werknemers die zich niet kan of kunnen verdedigen tegen dit gedrag.
Agressie en geweld: voorvallen waarbij een medewerker psychisch of fysiek wordt lastig gevallen, bedreigd of aangevallen onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met het verrichten van arbeid.
Direct en indirect onderscheid: het behandelen van een werknemer op een andere wijze dan een ander in een vergelijkbare situatie wordt, is of zou worden behandeld, op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid, burgerlijke staat, leeftijd, handicap of chronische ziekte, respectievelijk dat een ogenschijnlijk neutrale bepaling, maatstaf of handelwijze personen van een bepaalde godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid, burgerlijke staat, leeftijd, handicap of chronische ziekte bijzonder treft.
BAR-organisatie
Gemeenschappelijke regeling tussen de colleges van de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk.
Werkgever
Het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie.
Dagelijks bestuur
Het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie.
Medewerker
De ambtenaar (m/v) in de zin van artikel 1:1 lid 1 sub a van de CAR, alsmede de persoon die anders dan op basis van een aanstelling of arbeidsovereenkomst bij de Gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie werkzaam is. Gelijkgesteld zijn zij die aan de gemeenschappelijke regeling ter beschikking zijn gesteld door middel van een uitzendovereenkomst c.q. detacheringsovereenkomst of als stagiair werkzaam zijn.
Bevoegd gezag
Het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie, dan wel een orgaan, dan wel een functionaris van de gemeente die, al dan niet door middel van een mandaat, bevoegd is om een uitspraak in de zin van deze regeling te doen.
Klager
De medewerker (m/v) die in overeenstemming met deze regeling een klacht indient.
Aangeklaagde
De medewerker (m/v) tegen wie in overeenstemming met deze regeling een klacht met betrekking tot ongewenst gedrag is ingediend.
Klacht
Een in overeenstemming met deze regeling door een medewerker binnen het kader van de individuele werksituatie ondervonden ongewenst gedrag.
Klachtencommissie
Een externe commissie door de werkgever ingesteld en samengesteld conform deze regeling, die eveneens volgens deze regeling een bij haar ingediende klacht beoordeelt op ontvankelijkheid, de klacht onderzoekt, behandelt en over de afdoening daarvan advies uitbrengt aan het bestuur over de gegrondheid van de klacht en adviseert over de te nemen maatregelen.
Vertrouwenspersoon
Een persoon die als zodanig is benoemd en is opgeleid in het kader van ondersteuning van klager bij klachten aangaande ongewenst gedrag.
Direct betrokkenen
Onder direct betrokkenen worden verstaan klager en aangeklaagde, de raadslieden van klager en aangeklaagde. Ingeval klager wordt bijgestaan door een vertrouwenspersoon wordt deze ook tot de direct betrokkenen gerekend.
Betrokkenen
Alle overige bij de behandeling van de klacht betrokkenen zoals getuigen en deskundigen.
Verschoningsrecht
Het recht om te weigeren antwoord te geven op vragen, die aan een vertrouwenspersoon worden gesteld, op voorwaarde dat het gaat om feiten en omstandigheden die zij in hun hoedanigheid van vertrouwenspersoon te weten zijn gekomen.
Wraken/wraking
Iemand die partij is in een zaak, moet ervan op aan kunnen dat de leden van de klachtencommissie in die zaak onpartijdig zijn. Een lid van de klachtencommissie moet objectief kunnen oordelen. Als er redenen zijn om aan te nemen dat een lid van de klachtencommissie vooringenomen is, kan degene die daar nadeel van denkt te kunnen ondervinden dat lid van de klachtencommissie wraken. Zo nodig kan daarmee het lid van de klachtencommissie worden vervangen. Dit is mede ter voorkoming van belangenverstrengeling.
Uitspraak
Het besluit van het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie op het door de klachtencommissie uitgebrachte advies.
VERTROUWENSPERSONEN