Lid 1. Taken en bevoegdheden
De taken en bevoegdheden van de vertrouwenspersonen () zijn:
het fungeren als aanspreekpunt voor de medewerker die is geconfronteerd met ongewenst gedrag;
het opvangen, begeleiden en van advies dienen van de klager, evenals het zonodig doorverwijzen naar meerdere partijen (bedrijfsarts, AMW, schuldhulpverlening, bedrijfsmaatschappelijk werk, e.d.);
het inwinnen van inlichtingen die noodzakelijk zijn om tot een goed inzicht te komen omtrent de melding en de mogelijkheden om te komen tot een oplossing;
het door middel van het inschakelen van een deskundige of bemiddelaar c.q. mediator trachten tot een oplossing te komen, in casu tot het stoppen van het ongewenste gedrag;
het adviseren c.q. behulpzaam zijn van de klager over eventueel verder te nemen stappen;
het ondersteunen en begeleiden van de medewerker die is geconfronteerd met ongewenst gedrag bij het indienen van een klacht bij de klachtencommissie, alsmede bij het horen door de klachtencommissie;
het verlenen van nazorg aan de medewerker die is geconfronteerd met ongewenst gedrag;
de vertrouwenspersoon kan zich ontrekken aan zijn taak indien zijn onpartijdigheid in het geding is;
de vertrouwenspersoon kan zich aan zijn taak ontrekken als de klager binnen dezelfde afdeling of hetzelfde domein werkzaam is als hijzelf;
het verzorgen van voorlichting en publiciteit over zijn taken aan medewerkers;
de vertrouwenspersonen stellen een jaarverslag op en sturen dit naar de directieraad, de werkgever (dagelijks bestuur) en de ondernemingsraad.
De vertrouwenspersonen verrichten in principe geen handelingen ten behoeve van de klager dan met instemming van de klager.
Lid 2. Geheimhouding
De vertrouwenspersonen zijn gehouden aan geheimhouding van de hem/haar ter kennis gekomen feiten die de privacy van de klager/aangeklaagde, die is geconfronteerd met ongewenste omgangsvormen, kunnen schaden. Slechts met uitdrukkelijke toestemming van de betrokken medewerker (klager) kan hiervan worden afgeweken. Deze plicht tot geheimhouding vervalt niet nadat de vertrouwenspersonen niet meer als zodanig werkzaam zijn. De geheimhoudingsplicht geldt, voor zover wettelijke bepalingen niet anders bepalen.
Lid 3. Verschoningsrecht
Aan de vertrouwenspersonen komt het recht van verschoning toe. Het verschoningsrecht geldt, voor zover wettelijke bepalingen niet anders bepalen.
Lid 4. Faciliteiten vertrouwenspersoon
De vertrouwenspersonen kunnen – voor het zo goed mogelijk vervullen van zijn/haar taak – gesprekken voeren met klagers binnen en buiten de gebouwen van de BAR-organisatie.
De vertrouwenspersonen kunnen in het kader van de hem/haar opgelegde taak besluiten gesprekken te voeren met anderen dan de klagers die zich tot hem/haar wenden.
De vertrouwenspersonen worden in de gelegenheid gesteld zich ten behoeve van een melding of klacht te oriënteren op algemene zaken betreffende de organisatie, als ook op specifieke zaken die met een melding of klacht te maken hebben.
De vertrouwenspersonen zijn bevoegd externe deskundigen te raadplegen. Indien hiervoor budget moet worden vrijgemaakt vindt dit plaats in overleg met het Dagelijks bestuur.
KLACHTENCOMMISSIE
Artikel 4
Taken en bevoegdheden vertrouwenspersoon
Onderdeel van KLACHTENREGELING ONGEWENSTE OMGANGSVORMEN EN VERTROUWENSPERSONEN BAR-ORGANISATIE