In deze verordening wordt verstaan onder:
bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
staten de grenzen bij besluit hebben vastgesteld overeenkomstig
artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet;
bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van
een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld
in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of
ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;
bouwwerk: hetgeen in artikel 1.1 van de Bouwverordening
Leidschendam-Voorburg 2012 daaronder wordt verstaan;
college: het college van burgemeester en wethouders;
gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de
Woningwet daaronder wordt verstaan;
handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
te dienen;
openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
andere wijze toegankelijk zijn;
openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare
manifestaties daaronder wordt verstaan;
rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;
weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de
Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1:1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Leidschendam-Voorburg