**1..** Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een
uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een
bestaande uitweg naar de weg.
**2..** Bij de aanvraag voor vergunning wordt een situatieschets van de
gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie
overgelegd.
**3..** Aan de vergunning worden in ieder geval voorschriften verbonden
indien door het realiseren van de gewenste uitweg:
gevaar of hinder ontstaat of dreigt te ontstaan voor het
wegverkeer ter plaatse;
het gebruik van een bestaande openbare parkeerplaats
onmogelijk wordt gemaakt of dreigt te worden
gemaakt;
de groenvoorziening in de gemeente wordt geschaad of
dreigt te worden geschaad.
**4..** In afwijking van artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd
in het belang van:
de bruikbaarheid van de weg;
het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
omgeving;
de bescherming van groenvoorzieningen in de
gemeente.
**5..** Het bevoegd gezag weigert de vergunning in ieder geval indien
door de aanleg van een uitweg of de verandering van een
bestaande uitweg een voor het verkeer gevaarlijke situatie
ontstaat die niet door het verbinden van voorschriften aan de
vergunning kan worden voorkomen.
**6..** Het bevoegd gezag weigert de vergunning indien de aanleg of
verandering van de uitweg in strijd is met een geldend
bestemmingsplan.
**7..** Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de Provinciale
wegenverordening.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 5.
Artikel 2:12
Omgevingsvergunning voor het maken, veranderen van een uitweg
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Leidschendam-Voorburg