Een vergunning ex artikel 2:28 vervalt, zodra het exploiteren van de horeca-inrichting is beëindigd en op een volledige aanvraag om een nieuwe vergunning voor het exploiteren van dezelfde horeca-inrichting is beslist of als zodanige aanvraag niet is ingediend binnen 13 weken na het beëindigen van het exploiteren van de horeca-inrichting, bij het verstrijken van deze termijn.
Van beëindiging van het exploiteren van de horeca-inrichting is sprake, indien:
de horeca-inrichting blijkens de registers van de Kamer van Koophandel en Fabrieken niet meer voor rekening van de ondernemer, op wiens naam de vergunning is gesteld, wordt geëxploiteerd;
op grond van andere informatie blijkt, dat de horeca-inrichting niet meer voor rekening van de ondernemer, op wiens naam de vergunning is gesteld, wordt geëxploiteerd.
Van de beëindiging van het exploiteren van de horeca-inrichting doet de ondernemer op wiens naam de vergunning is gesteld binnen 13 weken na de beëindiging schriftelijk mededeling aan de burgemeester.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2:28a
Vervallen van de vergunning/mutaties
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Leidschendam-Voorburg