Het is verboden om op door het college aan te wijzen gebieden in de bebouwde kom één of meerdere hanen te houden;
Het verbod uit lid 1 geldt niet voor plaatsen met een bestemming op grond waarvan het houden van dieren mogelijk wordt gemaakt, zoals een kinderboerderij;
Een ontheffing van het verbod wordt slechts verleend als aan alle onderstaande voorwaarden kan worden voldaan:
er tenminste in de omtrek van 30 meter van de beoogde plaats om een haan of hanen te houden geen woning of andere geluidgevoelige objecten aanwezig zijn; en
de aanvrager aannemelijk maakt dat voldoende maatregelen worden getroffen om geluidsoverlast te voorkomen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2:60a
Houden van hanen in de bebouwde kom
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Leidschendam-Voorburg