In deze afdeling wordt verstaan onder:
houtopstand: hakhout, een houtwal, een of meer bomen of een (grotere) lintbegroeiing van heesters en/of struiken;
hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;
boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een stamomtrek van meer dan 50 cm op een hoogte van 1,3 m boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de stamomtrek van de dikste stam;
dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand;
knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud;
rechthebbende: eenieder die over enig goed enige zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;
bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, als bedoeld in artikel 4.1, onder a, van de Wet natuurbescherming;
iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau);
iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus.
boomwaarde: het bedrag dat wordt gevonden door het product van de volgende factoren:
De oppervlakte in cm² van de dwarsdoorsnede op 1,3 m boven het maaiveld;
De eenheidsprijs per cm²;
De standplaatswaarde;
De conditiewaarde;
De waarde van de plantwijze;
Het college stelt de eenheidsprijs, standplaatswaarde, conditiewaarde en waarde van de plantwijze vast.
In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4:10a
Definities
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Leidschendam-Voorburg