Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 3

– Toeslagen

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2014

1.. De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 20% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder van 23 jaar en ouder en in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft; 2.. De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 10% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder in wiens woning één of meer anderen hun hoofdverblijf hebben; 3.. Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft: kinderen van 18 jaar of ouder doch jonger dan 21 jaar met een inkomen van ten hoogste de norm als bedoeld in artikel 20, lid 1 onder a, of lid 2 onder a van de wet vermeerderd met 10% van de gehuwdennorm; meerderjarige kinderen met studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000; meerderjarige kinderen met een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; hulpbehoevenden die door belanghebbende worden verzorgd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel