Lid 1
Het afleggen van de ambtseed of belofte gebeurt als volgt:
een vertegenwoordiger van het algemeen bestuur of de directieraad leest de tekst van de ambtseed of belofte duidelijk voor;
de medewerker die de ambtseed aflegt spreekt, onder het opsteken van de wijs- en middelvinger van zijn rechterhand, de woorden uit: "Zoo waarlijk helpe mij God Almachtig" of “Zo waarlijk helpe mij Allah de Erbarmer, de Barmhartige”, de medewerker die de belofte aflegt spreekt de woorden uit: “Dat verklaar en beloof ik”.
tenzij hij aan zijn godsdienstige gezindheid de plicht ontleent de ambtseed, de belofte of de bevestiging op andere wijze te doen.
Lid 2
Het afleggen en afnemen van de ambtseed of belofte vindt staande plaats. Indien de medewerker als gevolg van lichaams- of spraakgebrek de ambtseed of de belofte niet kan afleggen op voornoemde wijze, zal het afleggen van de ambtseed of de belofte op een andere wijze geschieden, zoveel mogelijk overeenkomende met de eerder genoemde wijze.
Lid 3
De medewerker is vrij in zijn keuze om de ambtseed of belofte af te leggen. Vooraf wordt de medewerker de inhoud van de eed en belofte toegezonden en naar zijn keuze gevraagd.
Lid 4
Aan het afleggen van de ambtseed of de belofte, die plaatsvindt in een speciaal daarvoor georganiseerde bijeenkomst gaat een korte toespraak vooraf. Hierin wordt gewezen op de bijzondere verantwoordelijkheid van de gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie en de bijzondere positie van de medewerkers. Bovendien wordt de waarde en inhoud van de ambtseed of de belofte nader toegelicht.
Lid 5
Naast de mondelinge aflegging van de ambtseed, de belofte, wordt in tweevoud een daartoe bestemd formulier ondertekend. Eén exemplaar wordt toegevoegd aan het (digitale) persoonsdossier. Het andere wordt uitgereikt aan degene die de ambtseed of belofte heeft afgelegd.
Artikel 3
Wijze van afleggen van de ambtseed of belofte
Onderdeel van REGELING AMBTSEED OF BELOFTE BAR-ORGANISATIE