1.De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap
verbonden kosten
is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 9, vermeld in tabel II van
het
Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
2.Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge
artikel 4,
aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
toepassing van
die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, is in afwijking van het
eerste lid de
onkostenvergoeding gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 9, vermeld
in tabel
III van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
Hoofdstuk II
Artikel 3
Onkostenvergoeding
Onderdeel van nr 01.14 Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2007