1.Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten
in
verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering
van een
beslissing van het gemeentebestuur vergoed.
De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:
bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
taxi: een volledige
vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
reiskosten;
b.bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in
redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het
bepaalde
in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie
wethouders.
3.De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
reizen buiten
het grondgebied van de gemeente worden vergoed overeenkomstig het
bepaalde in
artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders.
Hoofdstuk II
Artikel 5
Reis- en verblijfkosten
Onderdeel van nr 01.14 Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2007