Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
aanvullende uitkering: de uitkering tijdens de werkloosheidsuitkering;
nawettelijke uitkering: de uitkering na afloop van de werkloosheidsuitkering.
medewerker: de ambtenaar van de BAR-organisatie die op grond van artikel 8:3, 8:6 of 8:8 CAR UWO wordt of is ontslagen en die zich in de re-integratiefase, de periode van de aanvullende uitkering of de periode van de nawettelijke uitkering bevindt.
re-integratiefase: de fase voorafgaand aan ontslag, waarin door middel van een re-integratieplan afspraken worden gemaakt over de wijze waarop de re-integratie van de ambtenaar het best tot stand kan komen en hieraan uitvoering wordt gegeven met als doel werkloosheid zoveel als mogelijk is te voorkomen.
re-integratieplan: het plan van aanpak waarin de re-integratie-inspanningen van BAR-organisatie en de medewerker beschreven staan, die tot doel hebben de re-integratie van de medewerker te bevorderen.
werkloosheid: werkloosheid als bedoeld in de Werkloosheidswet, waarbij het arbeidsurenverlies voortvloeit uit de aanstelling of arbeidsovereenkomst bij de BAR-organisatie waaruit de werkloosheid plaatsvindt.
werkloosheidsuitkering: uitkering op grond van de Werkloosheidswet, welke uitkering voortvloeit uit de aanstelling of arbeidsovereenkomst met de BAR organisatie.
Bar-organisatie: Gemeenschappelijke Regeling BAR-organisatie van 2 juli 2013.
Hoofdstuk › § 1
Artikel 2
Begripsbepalingen
Onderdeel van REGELING SANCTIEBELEID BOVENWETTELIJKE WERKLOOSHEIDSREGELING AMBTENAREN BAR-ORGANISATIE