Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1:

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening speelautomatenhallen Eijsden-Margraten 2014

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: De wet: de Wet op de kansspelen; Aanwezigheidsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 30b van de wet; Beheerder/bedrijfsleider: degene die met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal is belast; Behendigheidsautomaat: een speelautomaat als bedoeld in artikel 30, onder b, van de wet; Exploitatievergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2 lid a van de verordening; Kansspelautomaat: een speelautomaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de wet; Meerspeler: speelautomaat met één spelgenerator, waarop meerdere mensen tegelijk kunnen spelen; Ondernemer: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert. Speelautomaat: een toestel als bedoeld in artikel 30, onder a, van de wet; Speelautomatenbesluit: KB van 23 mei 2000, Stb. 224, houdende regels ter uitvoering van titel VA van de wet; Speelautomatenhal: een inrichting, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, van de wet; Spelersplaatsen: het aantal plaatsen dat per kansspelautomaat voor spelers beschikbaar is. Dat aantal varieert, afhankelijk van het soort automaat;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel