Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
De wet: de Wet op de kansspelen;
Aanwezigheidsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 30b van de wet;
Beheerder/bedrijfsleider: degene die met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal is belast;
Behendigheidsautomaat: een speelautomaat als bedoeld in artikel 30, onder b, van de wet;
Exploitatievergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2 lid a van de verordening;
Kansspelautomaat: een speelautomaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de wet;
Meerspeler: speelautomaat met één spelgenerator, waarop meerdere mensen tegelijk kunnen spelen;
Ondernemer: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert.
Speelautomaat: een toestel als bedoeld in artikel 30, onder a, van de wet;
Speelautomatenbesluit: KB van 23 mei 2000, Stb. 224, houdende regels ter uitvoering van titel VA van de wet;
Speelautomatenhal: een inrichting, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, van de wet;
Spelersplaatsen: het aantal plaatsen dat per kansspelautomaat voor spelers beschikbaar is. Dat aantal varieert, afhankelijk van het soort automaat;
Hoofdstuk 1
Artikel 1:
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening speelautomatenhallen Eijsden-Margraten 2014