1.Het college stelt de subsidie vast binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling, tenzij in de uitvoeringsregeling anders is bepaald.
2.De termijn, als bedoeld in het eerste lid, kan eenmaal voor ten hoogste acht weken worden verdaagd.
3.De vaststelling, als bedoeld in het eerste lid, vindt plaats aan de hand van de door de subsidieontvanger aangeleverde rapportages en bescheiden, alsmede de waarnemingen van daartoe aangewezen ambtenaren. De activiteiten dienen zowel naar aard, omvang als kwaliteit tot stand zijn gebracht zoals deze zijn vastgelegd in de verleningsbeschikking.
4.In de uitvoeringsregeling kunnen categorieën subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct, zonder voorafgaande subsidieverlening, wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend.
5.Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in artikel 18, eerste lid, onder a of b en artikel 19 eerste lid, onder a of b is ingediend, kan het college de subsidieontvanger maximaal twee maal een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen de gestelde termijn ingediend dan gaat het college over tot ambtshalve vaststelling.