1. Aan de ambtenaar wiens bezoldiging als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage, als bedoeld in artikelen 20, 21, 22 en 23 een blijvende verlaging ondergaat, wordt door burgemeester en wethouders een aflopende toelage toegekend, indien:
a) die blijvende verlaging tot minste 3% bedraagt van de som van het salaris en de toelage als bedoeld in artikel 20, 21, 22 en 23, en
b) de ambtenaar de toelage - als bedoeld in artikelen 20, 21, 22 en 23 - direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging tot vermindering ervan, gedurende ten minste twee jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.
2. De belanghebbende in de zin van lid 1, die voorafgaand aan het vervallen van de toelage, deze gedurende ten minste 25 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten, behoudt de toelage gedurende de verdere diensttijd bij de gemeente De Wolden.
3. Voor de toepassing van lid 1 en 2 wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden.
4. De afbouw van de toelage kent het volgende verloop:
a) het eerste jaar ontvangt de ambtenaar 100% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen of verminderen van de toelage;
b) het tweede jaar ontvangt de ambtenaar 75% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen of verminderen van de toelage;
c) het derde jaar ontvangt de ambtenaar 50% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen of verminderen van de toelage;
d) het vierde jaar ontvangt de ambtenaar 25% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen of verminderen van de toelage.