De (sub)kassier:
a. Verstrekt aan de daarvoor aangewezen ambtenaren, alsmede andere daartoe bevoegden alle inlichtingen, welke van hen in verband met de uitoefening van hun functie worden gevraagd;
b. Verstrekt de daarvoor aangewezen ambtenaren, alsmede andere daartoe bevoegden, zo dikwijls deze verlangen inzage in kas, boeken en bescheiden welke tot zijn/haar administratie behoort;
c. Verleent medewerking bij de door daartoe bevoegden uitgeoefende controle op de door hen beheerde gelden en geldswaarde papieren met name bij het opnemen van de kas;
d. Biedt aan het eind van het jaar de boeken en bescheiden welke tot zijn/haar administratie behoort, ter controle en archivering aan het verantwoordelijk afdelingshoofd aan.