1. De ambtenaar van de burgerlijke stand wordt voor een in het benoemingsbesluit te bepalen periode benoemd. Deze periode mag maximaal het tijdvak betreffen gedurende de ambtenaar in dienst zal zijn van de gemeente.
2. De buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand wordt voor onbepaalde tijd benoemd, maar eindigt uiterlijk op het moment dat de leeftijd van 65 jaar wordt bereikt.