In dit besluit wordt een aantal begrippen gehanteerd, waaronder het volgende wordt verstaan:
A. Ten aanzien van mandaat
1. mandaat: onder mandaat wordt verstaan: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen;
2. mandaatverlener: degene die het mandaat verleent;
3. mandaatontvanger: degene die het mandaat ontvangt;
B. Ten aanzien van volmacht
1. volmacht: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan (de volmachtverlener) te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen en deze te verrichten;
2. volmachtverlener: degene die de volmacht verleent;
3. volmachtontvanger: degene die de volmacht ontvangt;
C. Ten aanzien van machtiging
1. machtiging: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan (de machtigingverlener) te besluiten tot feitelijke handelingen en deze te verrichten;
2. machtigingverlener: degene die de machtiging verleent;
3. machtigingontvanger: degene die de machtiging ontvangt;