Lid 1
Indien de werkgever van mening is dat naar aanleiding van de gemelde financiële belangen de goede vervulling van de functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staan met de functievervulling, niet in redelijk is verzekerd, ontvangt de medewerker een gemotiveerd besluit omtrent de financiële belangenverstrengeling.
Lid 2
Ongeacht of een melding is gedaan kan de werkgever het hebben van of handelen in financiële belangen waarvan de werkgever van mening is dat de goede vervulling van de functie of goede functionering van de openbare dienst niet in redelijkheid is verzekerd, verbieden.
Lid 3
Indien er sprake is van financiële belangenverstrengeling wordt in samenspraak met de betrokken medewerker naar een oplossing gezocht.
Lid 4
In het uiterste geval is de medewerker verplicht het financiële belang af te stoten.
Lid 5
Bij het aanhouden van de verboden financiële belangen kan een disciplinaire straf worden opgelegd.
Hoofdstuk
Artikel 4
Besluit werkgever
Onderdeel van REGELING MELDING FINANCIELE BELANGEN BAR-ORGANISATIE