Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van de schulddienstverlening indien:
het schulddienstverleningstraject succesvol is afgerond;
de belanghebbende niet langer voldoet aan het bepaalde onder artikel 2;
de belanghebbende zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken voor de aflossing van schulden;
de belanghebbende niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in in artikel 6 en 7 van de Wgs, artikel 4 van deze beleidsregels en de beschikking, de schuldregelingsovereenkomst of plan van aanpak niet of in onvoldoende mate nakomt. Er zal niet eerder tot beëindiging worden overgegaan dan nadat belanghebbende een redelijke hersteltermijn is geboden om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen. Als schuldeisers weigeren mee te werken, dan geldt deze hersteltermijn niet;
op basis van verkeerde en onjuiste informatie – zo later is gebleken – schulddienstverlening aan betrokkene is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen;
belanghebbende zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schulddienstverleningstraject, misdraagt;
belanghebbende in staat is om zijn financiën of schulden zelf te regelen dan wel in staat is de financiën of schulden zelfstandig te beheren;
de geboden schulddienstverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende, niet (langer) passend is.
Artikel 5.
Beëindiginggronden
Onderdeel van Beleidsregels schulddienstverlening gemeente ‘s-Hertogenbosch