De standplaatshouder is het verboden om gedurende de tijden waarop de markt wordt gehouden, alsmede de door burgemeester en wethouders bepaalde tijden vóór aanvang van de markt, een voertuig, transportmiddel en of koelwagen op het marktterrein aanwezig te hebben, waarmee goederen of waren ter markt worden of zijn aangevoerd.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien van de standplaatshouders voor het aan- en afvoeren van goederen of waren op de markt ten behoeve van de warenmarkt, noch voor invalidenwagens en kinderwagens.
Burgemeester en wethouders kunnen van het verbod als in het eerste lid ontheffing verlenen onder door hen gestelde voorwaarden.