**1..** De zittingsperiode van een commissielid, de commissievoorzitter en
hun plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de
zittingsperiode van de raad.
**2..** Een (plaatsvervangend) commissielid houdt op lid te zijn als hij
niet meer voldoet aan de in artikel 4, vierde lid, gestelde
eisen.
**3..** De raad kan een commissielid ontslaan op voorstel van de fractie die
het lid voor benoeming heeft voorgedragen.
**4..** De raad kan de commissievoorzitter of zijn plaatsvervanger
ontslaan.
**5..** Een commissielid, de commissievoorzitter en hun plaatsvervangers
kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk
mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de
schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is
benoemd.
**6..** Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de
raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan.
**7..** Als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt
het lidmaatschap van commissieleden die op voordracht van die
fractie zijn benoemd van
rechtswege.
Hoofdstuk 2:
Artikel 5
Zittingsduur en vacatures
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies Opmeer 2014