Het college kan beleidsopdrachten vaststellen voor bepaalde
beleidsterreinen.
Het college stuurt aan de instelling vóór 1 april voorafgaand
aan het subsidiejaar de beleidsopdracht(en) voor het betreffende
subsidiejaar.
Een aanvraag voor een subsidie op grond van beleidsopdrachten
bevat naast de in artikel 6 lid 2 en 3 van deze verordening
vermelde gegevens en stukken ook één of meer offertes en een
productbegroting.
Een aanvraag voor subsidie op grond van beleidsopdrachten dient
vóór 1 juni voorafgaand aan het subsidiejaar te worden
ingediend.
Het college overlegt indien gewenst met de aanvrager over de
ingediende offerte(s).
Het college toetst de subsidieaanvraag aan de van toepassing
zijnde beleidsopdracht(en).
In het jaar waarover subsidie is verleend voert het college
tussentijds overleg met de
subsidie-ontvanger op basis van tussentijdse rapportages. Indien
gewenst, is het mogelijk de in artikel 4:36, eerste lid, van de Awb
genoemde uitvoeringsovereenkomst bij te stellen, en dit
formeel vast te leggen in een aanvullende uitvoeringsovereenkomst.
De subsidie-ontvanger met wie het college een
uitvoeringsovereenkomst heeft gesloten, overlegt binnen de in
artikel 16 lid 1 bedoelde termijn:
een balans en rekening van de baten en lasten en een toelichting
op deze stukken;
een eindrapportage, waarin de subsidie-ontvanger per product of
activiteit verantwoording aflegt over de in de
uitvoeringsovereenkomst overeengekomen inzet, de prestaties, de
resultaten, en de financiën.
De overige bepalingen van deze verordening zijn van
overeenkomstige toepassing op een aanvraag op grond van
beleidsopdrachten, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen
dat daaraan geen behoefte is.
Hoofdstuk 1
Artikel 18
Subsidie op grond van beleidsopdrachten
Onderdeel van Algemene subsidieverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2014