Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2

Subsidiabele activiteiten

Onderdeel van Ondersteuningsregeling sportinfrastructuur (versie 2)

1.. Het college kan aan verenigingen subsidie verstrekken in de kosten van rente van een geldlening ten behoeve van investeringen in nieuwbouw, verbouw en renovatie van de eigen sportaccommodatie. Na een periode van tien jaar kan het percentage worden herzien. 2.. De subsidie wordt berekend over maximaal 1/3 deel van het totale investeringsbedrag tot een maximum van € 100.000,- per aanvraag (= 1/3 van een investering van € 300.000) en wordt berekend aan de hand van het gangbare rentepercentage dat de vereniging verschuldigd is voor de aan te trekken financieringsmiddelen. 3.. De subsidie houdt rekening met lineaire aflossing van de afgesloten geldlening. 4.. In afwijking van artikel 6, lid 1 van de Asv wordt subsidie verstrekt voor de periode die gelijk is aan de afschrijvingsduur van de lening, tot maximaal 25 jaar. 5.. In bijzondere gevallen kan het college ten gunste van de subsidieaanvrager afwijken van de in het tweede lid van dit artikel genoemde maximum en van de in het derde lid genoemde voorwaarde dat het moet gaan om een lineaire geldlening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel