Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.4

Vergunningverlening

Onderdeel van Verordening wijziging woningvoorraad gemeente Hillegom 2014

1.. Burgemeester en wethouders verlenen de onttrekkingsvergunning, indien naar hun oordeel het met de onttrekking gediende belang van de aanvrager groter is dan het belang van het behoud en de samenstelling van de woonruimtevoorraad. 2.. Indien burgemeester en wethouders vaststellen dat het belang van de aanvrager niet opweegt tegen het belang van het behoud en de samenstelling van de woonruimtevoorraad, kunnen burgemeester en wethouders de onttrekkingsvergunning uitsluitend verlenen, indien de vergunningaanvrager voldoende compensatie als bedoeld in artikel 2.5 biedt en/of voldoet aan de overige door burgemeester en wethouders te stellen voorwaarden en/of voorschriften, zodat het belang van het behoud en de samenstelling van de woonruimtevoorraad voldoende wordt gediend. 3.. Burgemeester en wethouders kunnen de onttrekkingsvergunning weigeren, indien de met de onttrekking beoogde situatie in strijd is met het bestemmingsplan. 4.. Burgemeester en wethouders kunnen de onttrekkingsvergunning weigeren, indien voorafgaand aan de vergunningaanvraag: a.. een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 3.7 van de Wet ruimtelijke ordening in werking is getreden; b.. een bestemmingsplan in ontwerp ter inzage is gelegd; c.. een bestemmingsplan is vastgesteld; d.. een bestemmingsplan na vaststelling is bekendgemaakt en: e.. de voorgenomen onttrekking naar het oordeel van burgemeester en wethouders nadelige gevolgen heeft voor de met het bestemmingsplan nagestreefde of na te streven doeleinden en het belang dat de vergunningaanvrager bij de onttrekking heeft, niet opweegt tegen het belang van het voorkomen van belemmering van de met het bestemmingsplan nagestreefde of na te streven doeleinden. 5.. Burgemeester en wethouders kunnen de onttrekkingsvergunning weigeren, indien de toestand van het gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, zich naar hun mening uit een oogpunt van staat van onderhoud geheel of ten dele tegen onttrekking verzet en de desbetreffende gebreken niet door het treffen van voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen kunnen worden opgeheven, dan wel onvoldoende is verzekerd dat die gebreken zullen worden opgeheven. 6.. Van gebreken als bedoeld in lid 5 is in ieder geval sprake indien burgemeester en wethouders ingevolge Hoofdstuk II, afdeling 1 en/of 2, van de Woningwet, hebben aangeschreven en deze aanschrijving nog niet is uitgevoerd. 7.. Burgemeester en wethouders vermelden bij de onttrekkingsvergunning: a.. dat de onttrekkingsvergunning binnen één jaar moet worden benut en bij niet gebruikmaking ervan na die termijn vervalt; b.. de woonruimte waarop de onttrekkingsvergunning betrekking heeft; c.. de eventueel op te leggen compensatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel