De raad stelt als onderdeel van de gemeentebegroting het bedrag vast
dat beschikbaar is voor de vergoeding van de aangevraagde
voorzieningen. Dit bedrag kan worden gesplitst in afzonderlijke
bedragen per onderwijssoort en/of per voorziening. Het programma en
het overzicht worden door de raad tegelijkertijd met de
gemeentebegroting vastgesteld.
Indien de gemeentebegroting niet uiterlijk op 31 december wordt
vastgesteld van het jaar waarin de datum als bedoeld in artikel 6
valt, dan worden het bedrag, het programma en het overzicht,
afzonderlijk van de gemeentebegroting, uiterlijk op 31 december
vastgesteld.
Indien ten tijde van de vaststelling van de gemeentebegroting het
bedrag, het programma en het overzicht nog niet kunnen worden
vastgesteld, dan vindt de vaststelling van het bedrag, het programma
en het overzicht plaats op uiterlijk 31 december van het jaar waarin
de datum als bedoeld in artikel 6 valt.
Indien uiterste datum als genoemd in het tweede en derde lid voor de
vaststelling van het bedrag, het programma en het overzicht wordt
overschreden, worden de aangevraagde en in behandeling genomen
voorzieningen geacht voor vergoeding in aanmerking te zijn gebracht.
Voor de hoogte van de vergoeding is dan het gestelde in artikel 4 in
samenhang met bijlage IV bepalend. De uitvoering van de voorziening
geschiedt dan volgens het bepaalde in paragraaf 2.4.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.3
Artikel 11
Tijdstip vaststelling
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs