Het bevoegd gezag dat voornemens is een aanvraag in te dienen voor
plaatsing op het programma van een voor blijvend gebruik bestemde
voorziening als bedoeld in artikel 3, kan daaraan voorafgaand een
aanvraag indienen bij burgemeester en wethouders voor een vergoeding
van de kosten van de bouwvoorbereiding. Het betreft de voorbereiding
voorafgaand aan het moment van aanbesteding van die voorziening.
De aanvraag wordt gedaan voor 1 februari van het jaar voorafgaand
aan het jaar waarin de vergoeding gewenst wordt. Hierbij wordt
gebruik gemaakt van een door burgemeester en wethouders vastgesteld
aanvraagformulier.
De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:
de naam en het adres van de aanvrager;
de dagtekening;
de naam van de school ten behoeve waarvan de vergoeding
wordt gewenst;
de reden, de gewenste omvang en de aanduiding van de
gewenste locatie van de voorziening;
het gewenste tijdstip van realisering van de
voorziening;
een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van de
school die voldoet aan de in bijlage II omschreven
vereisten;
indien het nieuwbouw betreft ter vervanging van een bestaand
gebouw: een rapportage waaruit de bouwkundige noodzaak van
de vervanging blijkt;
een begroting van de kosten als bedoeld in het eerste lid,
indien de vergoeding kosten bouwvoorbereiding is aangemerkt
als een voorziening bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste
volzin. Bij de rapportage als bedoeld onder g wordt gebruik
gemaakt van het door burgemeester en wethouders vastgestelde
formulier Bouwkundige opname.
Bij het ontbreken van een of meer gegevens als bedoeld in het derde
lid, delen burgemeester en wethouders dit voor 15 februari
schriftelijk mee aan de aanvrager en stellen hem in de gelegenheid
om voor 15 maart de gegevens aan te vullen. Het gestelde in artikel
7, derde en vijfde lid is daarbij van overeenkomstige
toepassing.