Binnen twee maanden na inwerkingtreding van het bepaalde in dit
hoofdstuk treden burgemeester en wethouders in overleg met het
desbetreffende bevoegd gezag over de hoogte van de vergoeding en de
wijze van uitvoering van de beslissing van de minister als bedoeld
in artikel XVII, derde lid van de wet. Daarbij wordt de hoogte van
de vergoeding vastgesteld aan de hand van het gestelde in bijlage
IV, deel D.
In het overleg als bedoeld in het eerste lid worden nadere afspraken
gemaakt over:
de beschikbaarstelling van de gelden ter uitvoering van de
goedgekeur de voorziening in de huisvesting overeenkomstig
het bepaalde in artikel 17;
het tijdstip en de wijze waarop door het bevoegd gezag
verantwoording wordt afgelegd over de besteding van de
beschikbaar gestelde gelden.
HOOFDSTUK 8 › Paragraaf 8.1
Artikel 41
Kleine huisvestingsvoorzieningen en tijdelijke huisvesting voortgezet onderwijs voor 1997
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs