De raad beslist over een door het bevoegd gezag ingediende aanvraag,
dan wel over een door de minister toegezonden aanvraag als bedoeld
in artikel XII, eerste lid respectievelijk artikel XIII, eerste en
derde lid van de wet.
Indien de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens in het kader
van de ingediende aanvraag, dan wel in het kader van de in eerste
aanleg bij de minister ingediende aanvraag, onvolledig zijn, delen
burgemeester en wethouders dit binnen twee weken na inwerkingtreding
van het bepaalde in dit hoofdstuk mee aan het bevoegd gezag. Het
bevoegd gezag heeft de gelegenheid om de ontbrekende gegevens binnen
vier weken na ontvangst van de mededeling in te dienen bij
burgemeester en wethouders.
Ten behoeve van de besluitvorming over een of meer aanvragen, als
bedoeld in het eerste lid van dit artikel en als bedoeld in artikel
45, stelt de raad een bedrag vast dat beschikbaar is voor de
aangevraagde voorzieningen. Bij de beslissing op de aanvragen
handelt de raad overeenkomstig het bepaalde in artikel 12, met dien
verstande dat de raad daarbij niet overgaat tot de vaststelling van
een programma.
De beslissing als bedoeld in het derde lid wordt genomen voor 1
april 1997. Een afschrift van het besluit wordt binnen twee weken
toegezonden aan het bevoegd gezag.
Indien het besluit inhoudt dat een voorziening in de huisvesting
voor bekostiging in aanmerking komt, treden burgemeester en
wethouders binnen vier weken nadat het besluit is genomen in overleg
met het bevoegd gezag over de wijze van uitvoering van de
voorziening. Hierbij is het bepaalde in de artikelen 15 tot en met
18 overeenkomstig van toepassing.
HOOFDSTUK 8 › Paragraaf 8.4
Artikel 44
Afhandeling van aanvragen voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen voor basisonderwijs en/of (voortgezet) speciaal onderwijs voor 1997
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs