Naar hoofdinhoud
In dit artikel worden de diersoorten waar dit besluit betrekking op heeft aangeduid. Er is gekozen voor de diersoorten waarover de meeste klachten zijn binnengekomen bij de gemeente in de afgelopen jaren. Het betreft honden, hanen en zwijnen/varkens. Dit besluit is uitsluitend van toepassing als geen sprake is van een bedrijfsmatige activiteit of van een activiteit in omvang alsof zij bedrijfsmatig is. In die situatie is namelijk de Wet milieubeheer van toepassing en geldt een ander wettelijk kader. Het bevoegd gezag bepaald wanneer sprake van een bedrijfsmatige activiteit of van een activiteit in omvang alsof zij bedrijfsmatig is. Het voormalige Ministerie van Volkshuisvesting , Ruimtelijke Ordening en Milieu heeft op 8 oktober 1999 de brief "Kleinschalig houden van dieren" naar gemeenten gestuurd. De brief noemt een aantal factoren om te bepalen of sprake is van bedrijfsmatig houden van dieren: Continuïteit van de activiteit (hoelang duurt de activiteit) Winstoogmerk van de activiteit (verhouding tussen kosten en baten) Hinder van de activiteit Omvang van de dierstapel (hoeveel dieren en van welk soort) Huisvesting van de dieren (zijn er speciale voorzieningen) Commerciële doeleinden (bijvoorbeeld advertenties) Gebruik van de dieren (voor hobby of eigen gebruik) Perceelsgrootte Omgeving (in landelijk of stedelijk gebied)

Rechtspraak bij dit artikel