Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van kadegelden 2014

1.. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder kade: de gehele rechteroever van de rivier de Rijn, voor zover deze zich langs de gemeente-eigendommen uitstrekt; vaartuig: elk drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebruikt dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen van of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen. schipper: ieder, die aan boord van enig vaartuig voortdurend of tijdelijk het bevel voert of de eigenaar of beheerder van enig vaartuig; kademeester: de met de invordering belaste ambtenaar; een dag: tijdvak van 24 achtereenvolgende uren, aanvangende te 00.00 uur; een week, een maand, een kwartaal en een jaar: respectievelijk een kalenderweek, een kalendermaand, een kalenderkwartaal en een kalenderjaar; lengte: de afstand, gemeten tussen voorsteven en achtersteven, met inbegrip van uitstekende delen, van het vaartuig. 2.. Bij de berekening van de verschuldigde rechten worden onderdelen van tijdvakken en eenheden, waarover de tarieven worden berekend, voor één geheel gerekend.

Rechtspraak bij dit artikel