Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10

Artikel 21

Bijdragen van de gemeenten

Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING VAN ISD BOL

1.. In de begroting van de dienst staat welke bijdrage elke gemeente verschuldigd is voor de uitvoering van de taken van de dienst. De vergoeding voor geleverde diensten van de gemeenten aan de dienst, die in mindering kan worden gebracht op de verschuldigde bijdrage, wordt separaat zichtbaar gemaakt in de begroting. 2.. De bijdrage per gemeente in de begroting bestaat uit directe en indirecte aan de gemeenten toe te rekenen kosten. 3.. De direct bij de gemeenten in rekening te brengen kosten betreft kosten die rechtstreeks zijn toe te rekenen aan die gemeenten waarvoor de kosten zijn gemaakt. Dit betreft: Programmakosten waaronder wordt verstaan alle kosten die direct voortvloeien uit de toepassing van beleid en regelgeving in de uitvoering van de in artikel 5 genoemde taken onder aftrek van de daaraan gerelateerde ontvangsten; Alle extra kosten van de dienst, die worden veroorzaakt door gemeentelijk beleid, als bedoeld in artikel 5, dat afwijkt van het algemene beleid". Alle extra kosten van de dienst, die voortvloeien uit een kennelijk ontoereikende uitvoering van wet en regelgeving, als bedoeld in artikel 5, in de periode voor de inwerkingtreding van de regeling. 4.. De indirect bij de gemeenten in rekening te brengen kosten betreft kosten die niet rechtstreeks, en derhalve slechts via een verdeelsleutel, zijn toe te rekenen aan een gemeente. Dit betreft: Apparaatskosten waaronder salarislasten, overige personele lasten etc.; Beheerskosten waaronder organisatielasten, huisvestingslasten etc.. 5.. De toe te passen verdeelsleutel voor het jaar 2007, voor het in rekening brengen van de in lid 4 genoemde kosten bij de gemeenten, betreft de omvang van de geraamde budgetten van de afzonderlijke diensten. Hierbij geldt het principe van kostenneutraliteit. 6.. De toe te passen verdeelsleutel zal jaarlijks worden opgenomen in de ontwerpbegroting. 7.. Een eventuele tussentijdse onder- of overschrijding van de begroting, op de in lid 3 en lid 4 genoemde kosten, wordt door de dienst op overeenkomstige wijze verrekend met de deelnemende gemeenten. 8.. Alle betalingen van het rijk aan de gemeenten voor de kosten als bedoeld in lid 3 en lid 4, worden direct na ontvangst door de gemeente aan de dienst overgemaakt. 9.. Kennelijke onbillijkheden die uit de toepassing van dit artikel voortvloeien, worden ter beslissing voorgelegd aan het dagelijks bestuur. 10.. Over wijzigingen met betrekking tot de wijze waarop verrekening met de gemeenten plaatsvindt, beslist het algemeen bestuur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel